Leven uit de Bron: de toekomst van de lokale kerk

‘Wat mij hoopvol stemt is de verlegenheid die ik bij veel kerkelijke gemeentes in Nederland tegenkom. De kerk mist op dit moment gewoon wervingskracht. Daarom zoekt men naar nieuwe wegen, ook omdat het besef er is dat men niet eindeloos uit dezelfde vijver kan blijven putten.’

Aan het woord is Jelle de Kok, predikant-toeruster in algemene dienst in de PKN en coach-trainer voor Permanente Educatie Predikanten, over het belang van Leven uit de Bron voor kerkenraden en gemeenten. Samen met Jelle de Kok heeft PEP/Weetwatjegelooft.nl voor kerkenraden de korte maar krachtige training Proeven uit de Bron ontwikkeld. Lees hieronder het hele gesprek.

ONDER WELKE VOORWAARDEN IS ER VOLGENS U TOEKOMST VOOR DE LOKALE GEMEENTE?

In de toekomst is het vooral belangrijk dat leden van een gemeente kunnen groeien naar geestelijke volwassenheid in Christus (Ef 4:12-16). Geestelijk volwassen christenen delen vrijmoedig van de hoop die in hen leeft (1 Petr 4:10) en zijn dienstbaar aan anderen met de gaven die God hen gegeven heeft. Op deze manier worden ze een leesbare brief van Christus (2 Kor 3:3) en kunnen mensen die Jezus niet kennen, door de levens van deze christenen heen, Hem leren kennen. Veel niet-christenen kennen tegenwoordig de Bijbel en de verhalen die daarin staan niet meer. In de toekomst zal ons getuigenis van Jezus en onze dienstbaarheid aan mensen en de samenleving bepalend worden voor de toekomst van de Kerk. ‘Het enige boek dat een niet-christen leest over God is een christen’. Dit is meer waar dan ooit.

Groeien in intimiteit met God

Groeien naar geestelijke volwassenheid: hoe doe je dat als gemeente? Dat is waar ik me dagelijks mee bezighoudt in mijn werk als toeruster. Allereerst zal er geïnvesteerd moeten worden in het ontwikkelen van het persoonlijk geloofsleven van gemeenteleden. In het geloof draait het er allereerst om dat we een persoonlijke relatie met Jezus Christus ontwikkelen: geloven als religie heeft zijn tijd al lang gehad. Maar welke aspecten zitten er dan aan zo’n relatie met Jezus Christus? Daar valt veel over te zeggen, en het is goed om als kerkenraad en gemeente daar met elkaar over door te praten. Voor nu volsta ik met te zeggen dat er in de basis (zoals in elke relatie) sprake moet zijn van wederkerigheid: jij spreekt met God en Hij luistert, God spreekt met jou en jij luistert. Dan komt het dus aan op heel basale zaken als persoonlijke momenten van gebed en het thuis openen van Gods Woord. Psalm 63 zegt: ‘O God, U bent mijn God, U zoek ik, mijn ziel dorst naar U’ en even verderop: ‘Mijn ziel is aan u verkleefd’. Dat zijn geen steriele gebeden die op gezette tijden worden uitgesproken, maar gebeden die getuigen van een intieme geloofsband met God. Als gemeente mogen we onze leden aanmoedigen om ook zo’n soort relatie met God op te bouwen. (Tekst gaat verder onder de video)

In deze korte video vertelt Jelle de Kok over de korte cursus voor kerkenraden Proeven uit de Bron 

Groeien in onderlinge betrokkenheid

Wat we ook nodig hebben is een sterkere onderlinge betrokkenheid op elkaar. Als gelovigen hebben we elkaar nodig om vol te houden en om te kunnen groeien in onze relatie met Jezus. We mogen elkaar leren bevragen met vragen als: wat merk jij van Gods Geest in je leven? Zou je met mij iets willen delen van jouw geloofsverhaal? Kun je een moment aanwijzen in je leven waarop God krachtig met Zijn Geest in je werkte? Een dergelijke betrokkenheid op elkaar maakt dat we beter leren om van ons geloof te getuigen en momenten kunnen verwoorden waarop God krachtig in ons leven inwerkte. Daar mogen we ons zo meer in oefenen. Natuurlijk helpt het daarbij als je bijvoorbeeld eerst samen gegeten hebt en/of over de gewone dagelijkse dingen al gesproken hebt met elkaar.

“Leer elkaar vragen stellen als: Wat merk jij van Gods Geest in je leven?”

Groeien in dienstbaarheid

Tot slot houdt geestelijke volwassenheid in dat we als christenen dienstbaar worden aan de samenleving. Streven naar duurzaamheid, het omzien naar minderbedeelden, ervoor kiezen om minder te consumeren van wat de wereld allemaal te bieden heeft: het is zomaar een greep uit waar we als christenen en als gemeenschap van gelovigen mee bezig moeten zijn. We hebben als het goed is Gods hart leren kennen, en geleerd dat Zijn hart uitgaat naar deze mensen en deze nieuwe manier van leven. In ons individuele en gemeenschapsleven proberen we hier steeds meer naar te handelen.

In veel traditionele gemeentes zijn predikant en kerkenraad nu nog vooral bezig met het verzorgen en in stand houden van de geloofsgemeenschap. Ze zijn bezig met het opvullen van de vacatures en het regelen van allerhande organisatorische zaken. Daardoor komen ze weinig toe aan het vormgeven van het geloofsleven van gemeenteleden. Kerkenraden gaan zich hopelijk in de toekomst meer en meer geroepen weten om gelovigen toe te rusten, zodat die zelf hun bijdrage gaan leveren aan de opbouw van de gemeente en samenleving. De weg naar herstel zit dus in het zoveel mogelijk activeren en motiveren van mensen om vanuit de Geest te leven. Dit is de uitdaging voor de kerk van vandaag.

“De weg naar herstel zit in het zoveel mogelijk activeren en motiveren van mensen om vanuit de Geest te leven.”

Perspectiefwisseling

Hoe ziet een gemeenschap eruit met in het centrum Geest-vervulde gelovigen? Dit vraagt echt om een perspectiefwisseling van de rol van de kerkenraad en de dominee. In zo’n geval verzorgt de kerkenraad bijvoorbeeld het pastoraat niet meer zelf, maar zorgt zij ervoor dat het pastoraat verzorgd wordt door gemeenteleden zelf. De kerkenraad rust hen daarvoor toe. Ook leidt de predikant niet een dienst waarbij de gemeente passief aanwezig is, nee, de predikant en kerkenraadsleden schakelen mensen in bij de eredienst en geven hen de ruimte om actief aanwezig te zijn tijdens deze erediensten. Er wordt ruimte geboden voor bijvoorbeeld ministry-gebed of iemand deelt iets van zijn of haar geloofsreis. De predikant geeft niet als enige leiding aan kleine groepen in de gemeente, maar rust gemeenteleden toe om goede kringleiders te zijn.

“De kerkenraad vormt eigenlijk een geloofsgemeenschap in het klein.”

Om deze omslag in denken en doen mogelijk te maken is het belangrijk dat de kerkenraad (als geestelijk leidinggevend centrum) zelf toerusting een belangrijke plaats geeft in haar vergaderingen. De kerkenraad vormt zo eigenlijk een geloofsgemeenschap in het klein, een ‘inner circle’ om vandaaruit de gemeente te dienen. Dus persoonlijke geloofsverdieping, betrokkenheid op elkaar en Gods werk in de wereld mag ook in de kerkenraadsvergadering meer aan de orde komen. Natuurlijk blijft er dan nog heel wat te ‘besturen’ over, maar dit gebeurt dan vanuit een heel ander perspectief en minder frequent dan nu vaak het geval is. Het versterken van ons hart voor de Heer, ons hart voor elkaar en voor Gods werk in de wereld zouden de agenda van elke kerkenraad moeten bepalen.

Heel concreet betekent dit dat er voortdurend geïnvesteerd wordt in onderlinge aandacht voor elkaars wel en wee en dat er (vaker dan nu meestal het geval is) een geloofsgesprek van hart tot hart plaatsvindt. Vanuit dit geloofsgesprek kan er nagedacht worden over de vraag hoe men, dat wat men van hart tot hart met elkaar gedeeld heeft, kan vertalen naar een concrete bouwsteen tot opbouw van de gemeente. Een bouwsteen is een uit te voeren actiepunt van 1 van de drie hierboven genoemde aspecten van geestelijke volwassenheid: hart voor de Heer, hart voor elkaar, hart voor de wereld. Kerkenraadsleden komen bijvoorbeeld tot de conclusie dat zij willen investeren in hun persoonlijke relatie met God door te groeien in het luisteren naar Zijn stem. Daarom gaat de kerkenraad een cursus als ‘Gods stem verstaan’ aanbieden aan de hele gemeente en zit zij op de cursusavonden zelf ook in de zaal in plaats van te vergaderen. Tijdens een daaropvolgende vergadering (of eredienst, maar dat is nog spannender!) deelt de kerkenraad wat zij zelf meent te horen wat de Geest tot de gemeente vandaag zegt. Om de betrokkenheid op elkaar in de gemeente te vergroten kan de kerkenraad een ‘tour de hap’ organiseren, waarbij het voor-, hoofd- en nagerecht telkens op verschillende plaatsen bij mensen thuis genuttigd wordt. Wanneer op deze manier voortdurend in toerusting van de kerkenraad en toepassing in de gemeente geïnvesteerd wordt, is er toekomst voor de plaatselijke gemeente.

WAAR ZIET U DEZE VOORWAARDEN ALS GEDEELTELIJK VERVULD?

In steeds meer kerken begint het besef door te dringen dat, indien er niet meer geïnvesteerd wordt in toerusting, er eenvoudigweg geen mensen meer zijn om het kerkelijk leven in stand te houden. Steeds meer kerkenraden geven aan dat ze in het geloofsgesprek willen investeren. In de afgelopen jaren zijn heel wat gemeentes aan de slag gegaan met het Leven uit de Bron-proces. Wat heel goed wordt opgepakt is het geloofsgesprek en het bespreken van wel en wee. Hierdoor vergadert men meer vanuit geloofsverbondenheid en dat werkt positief door in de hele vergadering. Je ziet ook steeds meer dat gemeentes het geloofsgesprek leidend laten zijn voor het vormgeven van beleidszaken van de gemeente. Hoe meer dat gebeurt, des te sterker de positieve uitwerking is. Vanuit veel plekken in Nederland horen we hoe positief het Leven uit de Bron-proces zo doorwerkt in het totaal van de gemeente. Via de website www.levenuitdebron.nu zijn enkele verhalen te lezen van gemeentes die hebben ervaren hoe heilzaam het is om op deze manier te werken aan de opbouw van kerkenraad en gemeente.

“Vanuit veel plekken in Nederland horen we hoe positief het Leven uit de Bron-proces doorwerkt in het totaal van de gemeente.”

Zelf heb ik als predikant in Diever hier ook vele jaren in geïnvesteerd. Als kerkenraad hebben we ervoor gekozen om 1x in de 2 maanden het accent te leggen op beleid en praktisch/organisatorische zaken. Daarnaast kozen we ervoor 1x in de 2 maanden het accent te leggen op het geloofsgesprek, ontmoeting en bezinning op de vraag hoe we dit alles konden omzetten in beleid. Het bleek een vruchtbare balans te zijn. Daarbij werd de beleidsvergadering gevoed vanuit de andere vergadering met nieuwe ideeën. Het gevolg hiervan was dat steeds meer gemeenteleden geactiveerd werden in het totaal van de gemeente. Pastoraat was niet meer een individuele zaak, maar van een ouderling met een team dat hij toerustte en ondersteunde. Kerkdiensten werden steeds meer gezamenlijk voorbereid en uitgevoerd. Groepen ontplooiden steeds nieuwe initiatieven. Gebedspastoraat kreeg steeds meer vorm. En er was ruimte voor projecten ver weg via World Servants en andere organisaties. Ook dichterbij kwam er veel aandacht voor asielzoekers: diepgaande contacten ontstonden die ertoe leidden dat vluchtelingen zich lieten dopen. Dat gaf meteen ook weer verdieping van het geloofsleven van veel ‘gewone’ gemeenteleden. Kortom, er ontstond een dynamiek waarbij Leven uit de Bron gepraktiseerd werd en waarvan de gemeente en samenleving positieve vruchten plukte.

WELKE VORMEN ZAL DE LOKALE KERK IN DE TOEKOMST AANNEMEN?

Ik denk dat er een verscheidenheid aan vormen zal zijn. Daarbij zullen oude en nieuwe vormen naast elkaar blijven bestaan. Wel heb ik de overtuiging dat daar waar geïnvesteerd wordt in ontmoeting, bezinning en toerusting, de gemeente grote levensvatbaarheid heeft. De kerkdiensten zullen meer een gezamenlijk iets worden waarbij ieder zijn of haar gaven en talenten zal inzetten. We zullen steeds meer kerken zien die niet dominee-gecentreerd zijn, maar gecentreerd rondom Geest-vervulde gelovigen. In de kerkdienst zal er daarom ook meer ruimte komen voor stiltemomenten (stiltemomenten zijn activeringsmomenten bij uitstek!) en het zelf overdenken van een Bijbelgedeelte. Naast de kerkdiensten zullen mensen in groepen bijeenkomen, en deze groepen zullen voor velen in plaats van de kerkdiensten komen. Als de drie aspecten van geestelijke volwassenheid daar beoefend worden en als hart, hoofd en handen geactiveerd worden, dan zijn zulke groepen feitelijk kleine kerkgemeenschappen. Met elkaar eten, thuis of na een kerkdienst, zal als vorm van gemeenschap steeds belangrijker worden. De kerkdiensten zullen steeds meer een verzameling van groepen worden in plaats van bijeenkomsten van losse individuen. De predikant zal minder dominant zijn en steeds meer toeruster en coach worden van de verschillende geloofsgroepen en/of gemeenschap. Hij zal mensen trainen in het pastoraat, maar ook in het voorgaan in kerkdiensten en het leiden van gespreksgroepen of andersoortige groepen met een eigen accent. Anders gezegd zal er steeds meer aandacht komen voor het priesterschap van alle gelovigen in al haar facetten. De centrale vraag hierbij is steeds: hoe kunnen we de Geest meer ruimte geven in onze geloofsgemeenschap, zodat gelovigen kunnen groeien en bloeien tot eer van God en tot zegen van de samenleving?

“We zullen steeds meer kerken zien die niet dominee-gecentreerd zijn, maar gecentreerd rondom Geest-vervulde gelovigen.”

WAT STEMT U HOOPVOL ALS U NADENKT OVER DE TOEKOMST VAN DE KERK IN NEDERLAND?

Wat mij hoopvol stemt is de verlegenheid die ik bij veel kerkelijke gemeentes in Nederland tegenkom. Bijna overal waar ik als predikant-toeruster kom is men verlegen met de situatie van de kerk zoals die nu is. Vaak heeft men al wel door dat de oude manier van werken geen effect meer sorteert. De kerk mist op dit moment gewoon wervingskracht. Daarom zoekt men naar nieuwe wegen, ook omdat het besef er is dat men niet eindeloos uit dezelfde vijver kan blijven putten. Onze verlegen­heid is hierbij Gods gelegenheid.

Wat mij hoopvol stemt is de verlegenheid die ik bij veel kerkelijke gemeentes in Nederland tegenkom.

Verder stemt het mij hoopvol dat er een groeiend verlangen is naar diepere vervulling met Gods Geest. Veel mensen willen graag meer weten over het werk van Gods Geest: wat betekent het om persoonlijk vervuld te raken met Gods Geest? En wat voor gevolgen heeft dat voor de kerkenraad en gemeente? Overal waar de Geest mensen aanraakt ontstaan nieuwe verlangens voor de kerk van nu en worden creatieve initiatieven geboren. Motivatie om zich in te zetten voor de gemeente wordt aangewakkerd. Het is een voorrecht om hier veel over te horen tijdens de cursussen die ik in Nederland heb gegeven rond het thema: Kom Heilige Geest, vernieuw uw kerk, vernieuw mijn leven.

Wat mij ook hoopvol stemt is dat ik met jonge mensen spreek die te midden van alle kerkverlating Gods nabijheid ervaren en zich geroepen voelen om in de kerk aan de slag te gaan. Bij hen neem ik meer dan bij anderen ook het besef waar dat het niet gaat om het in stand houden van de kerk als instituut. Zij zijn ook vaak juist enthousiast over het potentieel van de kerk om hen en anderen te helpen groeien in geloof en dienstbaarheid. Ze begrijpen heel goed dat ze een dergelijke groei nooit in hun eentje kunnen realiseren.

Wat me bovenal hoopvol stemt is dat de Here God altijd door periodes van ballingschap en verstrooiing heen zelf Zijn kerk vernieuwd heeft. Hij zal ook vandaag niet loslaten het werk van Zijn handen.

Drs. Jelle de Kok is predikant-toeruster in algemene dienst in de PKN. Hij is tevens verbonden aan de gereformeerde kerk van Wilsum. Hij werkt zelf al meer dan 15 jaar met de methode en visie van gemeenteopbouw via geloofsopbouw volgens Leven uit de Bron en heeft andere gemeenten hierin begeleid. Hij verzorgt voor PEP regelmatig trainingen. Zo gaf hij enkele malen de trainingen “Bouwen aan de kern van de kerk”, “Vruchtbaar omgaan met verschillen en geschillen” en (m.m.v. prof. dr. Stefan Paas) “Missionair kerk-zijn in een postchristelijke omgeving”. Lees hier een uitgebreid interview met Jelle de Kok.

Online training voor kerkenraden

Volg, als predikant, kerkenraadslid of kerkenraad, de training Proeven uit de Bron en ervaar de heilzame dynamiek van Leven uit de Bron voor jouw gemeente! Meer informatie en aanmelding: www.wwjg.nl/proevenuitdebron

Publicaties van ds. Jelle de Kok

  • Drinken uit de Bron. Handreikingen voor het geloofsgesprek om via geloofsopbouw te komen tot gemeenteopbouw (KokBoekencentrum 2018).
  • Ruimte voor de Geest, in de kerk, in jou en in de ander. Het belang van de Geest voor geloofsopbouw in de praktijk van gemeenteopbouw (2020).

Een eerdere versie van dit artikel werd geplaatst in het Ouderlingenblad, 24 november 2018.

 

 

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *