In gesprek met Rob van Houwelingen over ongemakkelijke teksten

Hoe ga je als lezer om met ongemakkelijke teksten in de Bijbel? En als spreker? Ik ga hierover in gesprek met nieuwtestamenticus Rob van Houwelingen. In het voorjaar werkt hij mee aan de training Geloofwaardig preken over ongemakkelijke teksten (start 27 maart 2017) en als voorproefje stel ik hem alvast wat vragen.

1. Wanneer bestempel je een tekst als een ongemakkelijke tekst?
Er zijn twee soorten teksten die ons moeite kunnen geven:

  1. Teksten die op zich wel duidelijk zijn maar die bij de moderne lezer vragen oproepen, bijvoorbeeld als Paulus de vrouw het zwijgen oplegt in de kerk.
  2. Teksten die lastig te begrijpen of uit te leggen zijn, bijvoorbeeld als Paulus het heeft over mensen die zich voor de doden laten dopen.

De term ‘ongemakkelijk’ heeft meer dan ‘moeilijk’ de gevoelswaarde dat wij als lezers iets ongemakkelijk vinden. Dat hoeft immers niet altijd aan de tekst te liggen.
Er bestaat een dik boek uit de laatste decennia van de vorige eeuw, getiteld Hard Sayings of the Bible (begonnen met Hard Sayings of Jesus). Dat boek was in theologische vaktaal geschreven. In Nederland ontstond het plan om iets dergelijks helemaal opnieuw te ontwikkelen, maar dan met een team van verschillende medewerkers en toegankelijk voor een breed publiek. Zo zijn de drie boekjes over ongemakkelijke teksten ontstaan.

2. Welke vraag in de boekjes vind je zelf het meest spannend?
De zogeheten zwijgteksten van Paulus kan ik exegetisch best plaatsen in de context van de eerste eeuw. Maar persoonlijk begrijp ik niet waarom vrouwen vanwege die zwijgteksten nooit of te nimmer leiding zouden mogen geven of preken in de kerk, terwijl ze in de huidige samenleving wel allerlei leidinggevende en onderwijzende functies vervullen.

3. Op dit moment heb je studieverlof en ben je in Zuid-Afrika. Wat doe je daar zoal?
Van september 2016 tot en met februari 2017 heb ik een half jaar studieverlof, waarvan ik drie maanden doorbreng in Zuid-Afrika. Samen met mijn vrouw reis ik per huurauto dwars door dit immense land, langs de vier belangrijkste universiteiten als het om de beoefening van theologie gaat, namelijk achtereenvolgens die in Pretoria, Potchefstroom, Bloemfontein en Stellenbosch. Met twee daarvan heb ik een bijzondere relatie: in Pretoria ben ik al geruime tijd gastonderzoeker, in Potchefstroom sinds kort bijzonder hoogleraar.

4. Zie je verschillen in cultuur in wat men als gemakkelijke of ongemakkelijke teksten beschouwt?
Vanwege het verleden liggen teksten waarmee apartheid werd verdedigd in Zuid-Afrika erg gevoelig. Net als in Europa vindt men geweldsteksten ook hier lastig, maar in Zuid-Afrika heb je in het dagelijks leven veel directer met geweld en onveiligheid te maken.

5. Wat motiveert jou bij het uitleggen van ongemakkelijke teksten?
Ten eerste wil ik graag zelf weten hoe het zit. Je hoeft niet altijd een oplossing te vinden, maar je kunt vaak wel mogelijkheden aangeven of achtergronden verduidelijken. Ten tweede wil ik m’n vakkennis liefst niet alleen delen met theologen maar ook met andere geïnteresseerde Bijbellezers. Daarom probeer ik academisch doordacht en tegelijkertijd zo toegankelijk mogelijk te schrijven.

6. Welke ongemakkelijke teksten staan in jouw top-3?
Uit elk deeltje noem ik één voorbeeld:
Ongemakkelijke teksten van Jezus:
Marcus 9:1: ‘Ik verzeker jullie: sommigen die hier aanwezig zijn zullen niet sterven voordat ze de komst van het koninkrijk van God in al zijn kracht hebben meegemaakt.’ En Marcus 13:30:‘Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren.’
Ongemakkelijke teksten van Paulus:
2 Korintiërs 12:7b-9a over Paulus’ doorn in het vlees
Ongemakkelijke teksten van de apostelen:
Openbaring 20 over het duizendjarig vrederijk

7. Hoe ga jij voor jezelf met ongemakkelijke teksten om?
Ik laat ze liever ongemakkelijk dan een oplossing te forceren. De Bijbel is nu eenmaal niet altijd glashelder voor ons, zowel vanwege de afstand in tijd als vanwege ons gebrek aan inzicht. Uiteindelijk gaat het niet om teksten, maar om ons vertrouwen op de drie-enige God.

8. Welke tekst schuurt op een ongemakkelijke manier in je eigen leven?
Altijd blij zijn in de Heer (Filippenzen 4:4), want ik ben van nature niet zo blijmoedig, ook niet als gelovige.

9. (S)preek jij zelf graag over ongemakkelijke teksten? Waarom wel of niet?
Niet extra graag, want je moet dan veel uitleggen. Maar ik ga ze ook niet uit de weg.

10. Welke tips geef je aan predikanten voor de onderzoeksfase van de preek?
Stap 1: de tekst afgrenzen
Stap 2: zelf vertalen
Stap 3: nagaan hoe de tekst is opgebouwd
Stap 4: vragen stellen aan de tekst
Daarna volgen nog zes stappen in mijn Tienstappenplan voor de exegese van het Nieuwe Testament.

11. Zie je verschil tussen een preek over een gemakkelijke tekst en een ongemakkelijke tekst?
Het klinkt vreemd, maar preken over een gemakkelijke tekst is doorgaans moeilijker dan over een ongemakkelijke tekst. Johannes 3:16 bijvoorbeeld is van zichzelf al zo mooi, dan denk je als predikant: wat kan ik daar nog aan toevoegen?

12. Over welke ongemakkelijke teksten zou je in de eeuwigheid willen praten om antwoord op te krijgen?
Over geen enkele. Ik hoop dat ik dan andere dingen te doen heb ;).
Wel zou ik graag met Petrus willen praten over zijn twee nieuwtestamentische brieven, omdat ik daarover commentaren heb geschreven. Hopelijk heb ik hem goed genoeg begrepen…

Rob van Houwelingen is nieuwtestamenticus aan de theologische Universiteit Kampen, was meer dan twintig jaar predikant en promoveerde op de betrouwbaarheid van 2 Petrus. Hij is een van de auteurs van de reeks Ongemakkelijke teksten.
Als een soort vervolg schreef hij Onschatbare teksten, een top-25 van de meest populaire passages in het Nieuwe Testament. In het recente Handbagage voor Jezusvolgers bespreekt hij nog eens twintig teksten rond het thema navolging.

Deze blog is geschreven door Paulien Vervoorn en verscheen eerder op Geloofwaardig Spreken.

Oorsprongsagnost

Ik ben een agnost. Een oorsprongsagnost welteverstaan. Tenminste, tot voor kort was ik daar wel zo’n beetje zeker van, dat ik het niet wist. Op dit moment ben ik zelfs daar niet meer van overtuigd. Mooier kan ik mijn opvatting over evolutie helaas niet voorstellen: Ik weet niet hoe het zit met schepping en/of evolutie en denk eerlijk gezegd dat dit voor veel orthodoxe medechristenen ook geldt.

Maar is evolutie dan niet steeds breder aanvaard ook door orthodoxe christenen? Jawel, maar ik denk dat zeer velen van hen tegelijkertijd niet of nauwelijks kunnen uitleggen hoe zich dat dan verhoudt tot hun orthodoxe geloof. En is het dan niet eerlijker om te zeggen dat je het niet weet, dan dat je zomaar roept ‘dat we toch niet meer om de feiten heen kunnen’? O ja? En wat als die feiten dan echt niet te rijmen zouden zijn met wat je gelooft over God, de Bijbel, de wereld, de mens en de toekomst?

En wat als die feiten dan echt niet te rijmen zijn met wat je gelooft?

Laat helder zijn: Ik geloof vast dat God de hemel en de aarde heeft geschapen. Uit niets. Maar hoe heeft Hij dat gedaan? Sluit schepping evolutie uit of niet? Volgens de gangbare wetenschap is er op drie niveaus sprake van evolutie: geleidelijke ontwikkeling, gemeenschappelijke afstamming en natuurlijke selectie. Elk niveau brengt haar eigen vragen met zich mee wanneer ze geconfronteerd wordt met bijbelse voorstellingen over God, mens en het ontstaan van de wereld. Neem bijvoorbeeld de principes van ‘natuurlijke selectie’ en ‘survival of the fittest’: staan die niet haaks op het godsbeeld dat de Bijbel presenteert? Is het ooit te verkroppen dat dezelfde God die de Vader is van Jezus Christus en zich presenteert als de God die het zwakke verkiest, deze wereld geschapen heeft op de manier van natuurlijke selectie waarin het recht van de sterkste (in de zin van ‘de beste aanpasser’) geldt? Kunnen we van een afstandje Gods scheppingsdaad-via-evolutie bekijken en nog steeds zeggen: ‘het is (zeer) goed’?

Gesteld voor dit soort vragen word ik gehinderd door gebrek aan informatie en normatief kader om een werkelijk verantwoord standpunt in te nemen. Ik wil ‘de wetenschap’, en zeker de orthodox-christelijke beoefenaars daarvan, serieus nemen, maar vind het tegelijkertijd moeilijk om een vorm van creationisme definitief uit te sluiten. Daarbij kan ik de theologische implicaties van aanvaarding van evolutionaire schepping moeilijk overzien. Lange tijd vond ik het nog het meest bevredigend om ‘oorsprongsagnost’ te zijn: Ik weet het niet en wat er ook waar zal blijken te zijn – schepping al dan niet langs evolutionaire weg – het tast mijn geloof in en vertrouwen op God niet aan.

Er staat te veel op het spel om oorsprongsagnost te blijven

Hoe langer hoe meer vind ik dit echter een onbevredigende positie. Er staat ook te veel op het spel, zowel theologisch als qua ‘katholiciteit’, om het ‘niet te weten’. Dat laatste niet alleen omdat velen afscheid nemen van ‘de God van de Bijbel’ omdat ze niet inzien hoe orthodox-christelijke opvattingen zich laten rijmen met de stand van de wetenschap ten aanzien van het ontstaan van de wereld, maar ook omdat ‘evolutie’ een zoveelste splijtzwam onder orthodoxe christenen dreigt te worden.

Daarom ben ik zo benieuwd naar het langverwachte boek van Gijsbert van den Brink. Die heeft de consequenties van aanvaarding van evolutie of evolutionaire schepping voor een orthodoxe christelijke theologie jarenlang systematisch doordacht. In zijn boek En de aarde bracht voort. Christelijk geloof en evolutie doet hij verslag van zijn bevindingen. Van den Brink meent dat er op elke uitdaging waarvoor de theologie zich door evolutie gesteld weet een antwoord te geven is dat zich goed verdraagt met gereformeerde orthodoxie. Als hij gelijk heeft, hoeft niemand zich dus nog zorgen te maken of geloof in God, ook in orthodoxe en gereformeerde zin, nog wel mogelijk is gesteld dat evolutie onomstotelijk vast zou staan. Tegelijk maakt hij er geen geheim van, dat het ‘totaalplaatje’ er op onderdelen wel anders uit komt te zien wanneer we dat geloof in termen van het hedendaagse wereldbeeld uitdrukken.

De grote vraag is natuurlijk of hij gelijk heeft. Van den Brink verdient veel respect voor zijn studie, maar ook een open en kritische weging, want er staat nogal wat op het spel. Zijn antwoorden op de gestelde vragen moeten zowel op hun geldigheid als op hun implicaties grondig worden bevraagd. Tijdens het congres ‘Evolutie. Stel dat het waar is…’ (22 september 2017), gaan evolutionair theïsten, creationisten en oorsprongsagnosten met elkaar in gesprek over dit boek. Een congres waardoor het bij overtuigd creationisten en evolutionair theïsten misschien wel gaat knagen, maar waar oorsprongsagnosten zeker wijzer van zullen worden.

Tim Kellers preken: gewoon en daarom bijzonder

Ruim 40 predikanten volgen momenteel de zesdaagse PEP-training ‘Preken met Keller. Inspiratie voor Evangelieverkondiging in een postmoderne tijd aan de hand van Tim Kellers “Preaching”’. Waarom ben ik zo blij met de grote belangstelling voor deze training?

In oktober 2007 zat ik samen met een neef onder het gehoor van Tim Keller in New York, we werden geraakt. Wat maakte ons enthousiast? Zo bijzonder was de preek of de preekstijl toch niet? Van uitgekiende retoriek, dramatisch stemgebruik of vurige appèls was geen sprake. Een rustige uiteenzetting van de betekenis van de tekst in zijn context en een directe toepassing op zijn hoorders. Eigenlijk gewoon zoals het hoort, en toch…

De afgelopen jaren heb ik veel van Keller gelezen en tientallen preken beluisterd. Waarom blijf ik enthousiast? Waarom ben ik geneigd hem ‘een van de beste predikers die ik ken’ te noemen? Wat mis ik in veel andere preken wat ik nooit mis in die van Keller? Ik houd het op een combinatie van vier factoren:

1. Keller is een uitlegger van de Schrift en daarin een bedienaar van het Woord. Hij geeft steeds weer blijk van grote eerbied voor de Bijbel als het gezaghebbende Woord van God Zelf. Een preek luisteren van Keller is geen entertainment waarin de predikant met zijn persoonlijkheid en eventueel zelfs uitlegkundige vondsten centraal staat, nee, het confronteert je met de sprekende, levende God.

2. Keller is een uitlegger van het menselijk hart. Hij is doordrongen van de noodzaak dat een prediker van Gods Woord weet wie hij voor zich heeft. Hij kent onze seculiere tijd en cultuur door en door, evenals de verlangens die elk mens in hun greep houden. Een preek luisteren van Keller is geen vlucht in een andere, geestelijke dimensie van het bestaan, maar een confrontatie met je werkelijke ‘ik’, hier en nu, vaak verdrongen en verborgen voor anderen, maar heel reëel, de dagelijkse praktijk.

3. Keller is een verkondiger van het Evangelie. Heel scherp maakt hij het onderscheid duidelijk tussen Evangelie en religie, tussen Evangelie en allerlei godsdienstige en seculiere boodschappen die oppervlakkig gezien op het Evangelie kunnen lijken maar die je als mens uiteindelijk leeg en hulpeloos aan je lot overlaten. Het Evangelie is voor Keller het ultieme en unieke antwoord op alle vragen, problemen, onmogelijkheden, noden, zorgen, zonden en komt radicaal van de andere kant, van Gods kant. Het is Gods gave, Gods remedie. Een preek van Keller luisteren confronteert je met je eigen hulpeloosheid en reddeloosheid en de armzaligheid van al onze tot mislukken gedoemde pogingen om onszelf en de wereld op te lappen. Keller laat zijn hoorders dat voelen en wijst op de uitweg: Gods Evangelie van Jezus Christus.

4. Keller is een verkondiger van Jezus Christus. In zijn preken blijven het Evangelie en Jezus Christus nooit impliciet. De verkondiging van Jezus Christus is altijd het hoogtepunt en doel waar de preek op is gericht; vaak gebeurt dat indringend aan het slot van de preek. Elke tekst, elk thema blijkt zijn vervulling te vinden in Jezus Christus: Wie Hij was en is, wat Hij deed en doet, dat is bepalend voor het christelijk geloof, voor de persoonlijke relatie die God in Christus met zondaren wil. Een preek van Keller luisteren betekent een confrontatie met de levende Christus als centrum van het hele bestaan.

Nieuwsgierig naar het ‘geheim’ van de preken van Keller heb ik ook zijn boek Preken gelezen. In zeker opzicht bevat het boek voor een gereformeerd theoloog geen verrassingen. Het is misschien zelfs teleurstellend dat de basis voor die bijzondere preken gewoon hard werken en studeren, exegetische en homiletische ambachtelijkheid blijkt te zijn. Eigenlijk gewoon zoals het hoort, niets bijzonders. En toch…

Toch blijkt zó preken, zó altijd het Evangelie verkondigen, altijd Christus verkondigen, moeilijker dan het klinkt en zeldzamer dan je zou denken.

Dus ja: in veel opzichten is Kellers visie op preken gewoon zoals het hoort, niets bijzonders. Maar omdat het zo moeilijk blijkt dit ‘gewone’ in de praktijk te brengen, is het zinvol om kennis te nemen van de visie van Keller op preken en de wijze waarop hij die zelf in praktijk brengt. Juist omdat het niet zo erg bijzonder is. Juist ook omdat het in de praktijk nog niet zo eenvoudig blijkt om vanuit heel de Schrift Christus te verkondigen, en zó elke keer recht te doen aan de tekst en aan het Evangelie, de confrontatie aan te gaan met de cultuur, harten te bereiken en mee te werken aan de missie van Gods Geest in de wereld.